MODEST MUSSORGSKY (1839 - 1881)

Pictures at an exhibition


instrumentation for percussion orchestra by Henk de Vlieger, 1981

 

The orchestra (16 players):


Vibraphone 1
Vibraphone 2
Xylophone 1
Xylophone 2
Marimba 1
Marimba 2
Bass marimba

Harp
Piano/celesta (1 player)

Timpani 1 (set of 5)
Timpani 2 (set of 4 and an inverted cymbal)

Percussion 1: Glockenspiel, 2 plate bells (e-flat', f'), snare drum, whip, thundersheet
Percussion 2: Lithophone, 7 gongs (d-flat, e-flat, e, f, f-sharp, g, b-flat), 3 suspended cymbals, sizzle cymbal, guiro
Percussion 3: Crotales (2 octaves), low tamtam, triangle, 3 temple blocks, wind machine
Percussion 4: 8 Cowbells (c-sharp', f', f-sharp', g-sharp', a', a-sharp', c", d''), 2 plate bells (a-flat, b-flat), 3 tomtoms, tambourine, vibraslap, claves, flexatone, cymbals a2
Percussion 5: Chimes, castanets, bass drum, switch, sleigh bells

The movements:


- Promenade
1. Gnomus
- Promenade
2. Il vecchio castello
- Promenade
3. Tuileries
4. Bydlo
- Promenade
5. Ballet
6. Samuel Goldenberg and Schmuyle
- Promenade
7. Limoges
8. Catacombæ
- Cum mortuis in lingua mortua
9. Baba Yaga
10. The great gate of Kiev

First performance was given in Hilversum on Sept. 20 1981 by the Amsterdam Percussion Group and Circle Percussion, conducted by Lukas Vis.


Duration: 30'00"


Published by DONEMUS


Pictures at an Exhibition on dvd:








UITNODIGING VOOR EEN CONCERT, a dvd-set, produced by the Rotterdam Philharmonic Orchestra, presents 'Pictures at an exhibition' in its original version and in several arrangements. The orchestration by Maurice Ravel is performed by Valery Gergiev conducting the Rotterdam Philharmonic. Five movements from the percussion-arrangement by Henk de Vlieger (Il vecchio castello, Tuileries, Ballet, Samuel Goldenberg and Schmuyle, Limoges) are performed by students and teachers of the Rotterdam Conservatory (Codarts), conducted by Hans Leenders.

From reviews:


“An enormous undertaking, this transcription of Pictures at an Exhibition requires fourteen percussionists, piano, celesta and harp. Seven percussionists perform on keyboard percussion instruments (including bass marimba) and an impressive array of both melodic and non-melodic percussion make up the remainder of the group. Among the latter are seven tuned gongs, tuned bell plates, wind machine, thundersheet, lithophone and nine timpani in two sets. In all likelihood many readers are familiar with Ravel's orchestral transcription of this work. While this new transcription includes many of Ravel's ideas, it also retains much of the keyboard sense that only the original piano solo can wholly portray. As a transcription for large ensemble, listeners will undoubtedly compare it to the Ravel version. However, it would probably be to their benefit to think of the percussion transcription more as an expansion (with the additional tone colors and percussive effects) of the original. When studied under those circumstances, Mr. De Vlieger's version is certainly noteworthy: he retains the tension and release we have to come to expect with numerous sonorities available, yet maintains the keyboard as the premier melodic source. Groups with extensive instrument inventories and a large number of mature players will find this transcription a challenging and worthwhile project.”

Percussive Notes, July 1986

 

“[...] Het werd een in menig opzicht betoverende gewaarwording, gisteravond, waarvoor men de Rotterdamse slagwerker Henk de Vlieger dank verschuldigd is, want hij bracht het tot een arrangement vol sprookjesachtige naast beklemmende vondsten. Stampende pauken en trommen, gebeier van klokken, intieme bekoringen van marimba's en xylofoons, trefzeker toegepaste harpeffecten, - dit alles deed dikwijls de oren spitsen, met als raakste momenten de glissandi van de pedaalpauken, de zweep in 'Gnomus' en de kwetterende xylofoons in tal van onderdelen.”

Het Parool, Dec. 19, 1981

 

“[...] Henk de Vlieger, slagwerker in het Radio Filharmonisch, had bij voorbeeld een zeer geslaagde bewerking gemaakt van Moessorgski's Schilderijen van een tentoonstelling voor de slagwerkers van de omroeporkesten. Lawrence Renes, assistent-dirigent naast Edo de Waart bij het Radio Filharmonisch, leidde de slagwerkers in een spetterende uitvoering van deze even slimme als vakkundige en aansprekende bewerking.”

De Telegraaf, Sept. 17, 1996


A video impression by ‘masjinist’:

CvA Percussion / Lucas Vis. Eindhoven, November 20th, 2010

“[...] Aanvankelijk was ik wat huiverig voor een complete slagwerkversie. Ik ken het werk al zo lang dat ik er een geheel vastgeroest idee bij heb. Tijdens de Promenades zie ik een geest uit lang vervlogen tijden statig door een verlaten, stoffig museum schrijden. Bij elk schilderij, dat een beetje scheef aan de muur hangt, haalt hij herinneringen op waarvan hij dacht dat hij ze vergeten was. Hoe zou Henk de Vlieger met zijn slagwerk kunnen voldoen aan dit beeld? Toch niet met een tremolo op een xylofoon? Ik huiver bij de gedachte alleen al.


De oplossing van de arrangeur was echter even simpel en doeltreffend als briljant. Wat niet iedereen weet en waar ik ook niet aan gedacht had omdat je deze combinatie zo zelden ziet, is dat de piano in een symfonieorkest - als je deze geen aparte status toebedeelt - bij het slagwerk hoort. Henk de Vlieger was helemaal teruggegaan naar de basis van de compositie en liet de eerste Promenade slechts door de piano spelen. Later kwamen daar pas de ‘hemelse’ celesta en andere instrumenten bij.


Behalve het spaarzame gebruik van tremolo’s was de arrangeur gelukkig ook niet uit op ander effectbejag. De vibraslap klonk - als ik goed geteld heb - slechts één keer en een enkele draai aan de windmachine was precies voldoende om de juiste sfeer te creëren zonder het hele stuk op de tocht te zetten. Juist omdat het nergens kitscherig werd, was het grapje van het kuikentje dat tegen de eierschaal tikt tijdens de Ballad of the chicks in their shells extra leuk.

Het arrangement was eigenlijk één grote oefening in orkestslagwerk. Elk instrument werd uit de kast getrokken zonder het direct ‘kapot’ te spelen. Noem het een soort Young persons guide to the percussion section. En dat geldt dan weer in twee richtingen: het laat de toeschouwer alle vormen van slagwerk zien en horen, maar het biedt ook de slagwerker het nodige inzicht in zijn eigen instrumentarium. Vooral dat laatste was een feest om te zien, want ik heb zelden een groep jonge muzikanten zo geconcentreerd aan het werk gezien. Een bezoekster naast mij vatte het na de laatste imponerende akkoorden in één woord kernachtig samen met een bewonderend: ‘Tsjéé!’ [...]”


Weblog “Spoormachinist” Nov. 20, 2010